EINDEXAMEN 2008
aantekeningen bij virtuele werelden

De sociale netwerken waarbij ik aangesloten ben zijn hyves, linkedin, facebook
-Wat zijn de voordelen van deze netwerken. Kun je nog zonder dit netwerk? Wat loop je mis?
- Wat zijn de echte vrienden, kennissen, collega's en onbekenden.
-Op welke manier zien anderen jou en hoe wil je jezelf online presenteren? Zijn mensen ervan bewust dat ze zichzelf op deze manier laten zien aan de buitenwereld? Hoe reageert een werkgever op kiekjes van je bruisende weekend?
-Gek dat een bekende van een bekende bekender is dan een willekeurig persoon. Van deze persoon zou je eerder iets aannemen (kopen, werk)
-De 'echte wereld' kun je beter sfeerbeelden vastleggen dan de internetwereld. Emoties krijg je eerder in de echte wereld dan op het internet? Is dit wel zo en zou dit een van de redenen zijn dat de internet wereld nog niet overneemt.
-Voor welke mensen neemt het sociale netwerk hun eigen leefwereld ohttp://www.blogger.com/img/gl.link.gifver? Bellen
kinderen op de basisschool nog bij elkaar aan om te gaan spelen of spreken ze liever
online af?
-Waar kwam de shock vandaan toen je een moment kon zien welke 'vrienden' je persoonlijke pagina hadden bezocht?
-Moeten we de interactieve media/social networks zien als een aanvulling op het echt leven of als een vervanging daarvan?
NIEUWE VRAGEN (Na onderzoek)
waarin merk je het verschil tussen de digitale en de fysieke identity?
welke aspecten van onze digitale identiteit willen we wel delen met onze
fysieke vrienden en welke niet?
waar zitten de verschillen tussen onze intenties en de realiteit van het gebruik
van deze netwerken
op welke manier kun je controle houden over je digitale representie? En wat voor
verschil heeft dit met de fysieke mens?
interessante link
http://www.frankwatching.com/archive/2005/05/26/linkdossier-social-networking/Labels: virtuele werelden
OPDRACHTEN
DEZE HEB IK GEKOZEN
1.2 Better City, Better Life, Worldexpo 2010 Shanghai
ontwerp een visueel en inhoudelijk concept voor een nieuwe visuele identiteit van de wereldtentoonstelling 2010 in Shanghai
TUSSEN DE VOLGENDE OPDRACHTEN MOET IK NOG KIEZEN
2.1 Mapping a city
Rotterdam doet zijn best om zich te profi leren als bruisende evenementenstad of een stad die durft. De Architectuur Biennale, Monaco aan de maas en ˜strand aan de Maas zijn hiervan enkele voorbeelden. Economische motieven en uitgekiende marketing strategieen bepalen in hoge mate de opgelegde beeldvorming van een stad als Rotterdam. In representatief opzicht wordt zo'n stad daarmee vooral ook een uiterlijke stad, met de Erasmusbrug als beoogd boegbeeld. Zulk uiterlijk vertoon lijkt voor veel stedelingen op gespannen voet te staan met datgene waarvoor de stad werkelijk staat. Maar waar staat de stad eigenlijk voor? Bestaat er wel zoals een ˜wezenlijke, intrinsieke stad? Rotterdam is toch immers vele steden?*
Het onderwerp van deze opdracht is mapping Rotterdam, als die andere stad, de intrinsieke stad. Hiermee bedoelen we vooral de stad als netwerk van verborgen eigenschappen. Een netwerk zonder centrum. De stad als manifestatie van een zichzelf ontplooiend organisme met wisselende verschijningsvormen. Deze eigenschappen kunnen van uiteenlopende aard [politiek, sociaal, maatschappelijk, ecologisch, etc.] zijn, en kunnen zich dus op verschillende wijzen aan ons voordoen [analoog, digitaal, fysiek, beeldend, taalkundig, etc.]. Het gaat erom dat je als grafi sch ontwerper op basis van vooronderzoek deze eigenschap(pen) defi nieert en als het ware mapt, letterlijk of fi guurlijk in kaart brengt [de Engelstalige term dekt hier beter de lading omdat deze meerduidig is]. Hiervoor staan diverse media tot je beschikking. Zaak is dat op je creatieve wijze duidelijkheid schept in datgene wat je mapt
De opgave beslaat het volgende:
1) Onderzoek Rotterdam op basis van voornoemde intrinsieke eigenschappen (bedenk hierbij wat dit zoal kan zijn) en hoe deze zich (kunnen) voordoen in de werkelijkheid. Kortom maak jouw stad zichtbaar.
2) Interpreteer bovenstaande onderzoeken en ontwikkel hieruit een origineel en eigen ontwerpconcept waarin je deze eigenschappen op geheel eigen wijze kan voorstellen, in kaart brengen of ˜mappen (bedenk hierbij ook wat mapping zoal inhoudt), en werk dit in overleg uit in
een of meerdere passende informatiedragers [kaart(en), plattegronden, boek, expo, digitaal, etc].
3) Bedenk hoe je de door jouw toegekende meerwaarde van zo intrinsieke stad onder de aandacht kan brengen en werk dit uit in een passende strategie met dito presentatievormen [display, kiosk, affi ches, city jamming, etc]. Koppel dit eventueel aan een identiteit. Het is dus niet de bedoeling dat je de stad louter portretteert of een vvv-gids produceert, maar dat je een werkelijke verandering in de perceptie van een stad tot stand brengt.
2.2. Virtuele werelden
Hoe virtueel is een wereld waarin het geld en de emoties verbluffend echt zijn? Hoe virtueel is een wereld waarin het geld & de emoties verbluffend echt zijn? Je zou kunnen zeggen dat wij een individuele leven hebben in een consumentenparadijs, een wereld die door media wordt gevormd, waarbij reclame elk facet van mededeling heeft doordrongen en waarbij wij reclameconcepten erkennen als tekens van een authentieke ervaring.
Inmiddels wordt er door het internet verschillende werelden geschapen (Second Life, world of warcraft). Dit zijn werelden die niet tastbaar zijn maar wel in vele opzichten lijkt op onze echte wereld. We hebben hierin contact met verre vrienden, vinden we soortgenoten en nieuwe liefdes. Deze virtuele werelden hebben een geavanceerdere grafi sche vertegenwoordigingen zijn geconstrueerd als een parallelle heelal waarin de individu de kans wordt geboden om in een lichaam van een fi ctief karakter met andere personages te communiceren in een sociale omgeving. Het staat toe om te wandelen door verschillende werelden en deze te onderzoeken. Jean Baudrillard beschrijft dit als verdwijning van ˜het echt. De ervaring kan voor
iedere deelnemer opzich uniek zijn. Het idee van echte ervaring zoals die ons gewoon is geworden binnen onze post moderne consumenten beleving komt op losse schroeven te staan.
De vraag aan jou is: Hoe verhoudt zich dit tot onze bestaande grafi sche media en tot ons ontwerpschap. Denk daarbij aan de vertaling van -folder, naamkaartje, huisstijl, magazine, boek etc.
De opgave beslaat het volgende:
1) Onderzoek en verdiep je in de relatie tussen technologie, media en samenleving.
2) Kies binnen de openbare virtuele ruimte een plek waarvan je(visuele) argumentenverzamelt . Je stelt hierbij je onderwerp vast.
3) Ontwikkel een concept waarbij een visuele en communicatieve identiteit kan gelden en ontwerp een of meerdere verschijningsvormen van de gekozen identiteit als bewijsmateriaal voor de (virtuele) werkelijkheid.
2.3 Realiteit, Illusie en Identiteit
Alles lijkt slechts van een dimensie uit te gaan. Ieder mens, product, dienst en/of boodschap stelt zich voortdurend op een bepaalde wijze en met een bepaald doel aan ons voor. Wat is de strategie hierachter? Neemt het stelling? Is het echt of niet echt? Wat is echt en nog als echt te onderscheiden? In hoeverre wordt de identiteit van bijvoorbeeld een teenager gevormd door haar eigen identiteit t.o.v. de identiteit en branding van merken. Met dit als uitgangspunt ga je publiciteit maken.
De opgave beslaat het volgende:
1) Bedenk een communicatief beeldend plan aangaande realiteit en illusie en Identiteit, hoe je hierover gaat publiceren en exposeren. (wat zegt hij/zij, en wat is echt? Imaginair versus realiteit?). Je stelt het op een unieke en eigen wijze voor. Het vraagt op een raadselachtige manier
aandacht.
2) Bedenk een ontwerpconcept voor jouw publiciteit en werk het, in overleg met docenten, uit in een drietal media; boek, posterserie, tijdschrift(en) en/of cd-rom, film etc. en/of combinatie zijn mogelijk.
Planning:
Schetsontwerp [‘draft’] met eigen planning klaar bij conceptpresentatie. Ontwerp [uitgewerkte versie] klaar bij groen-licht presentatie. Defi nitieve ontwerp klaar bij eindexamen.
1) BEN IK IN BEELD? (interview met mijzelf)
1) Wat zijn je voornaamste overwegingen die aan het grafische ontwerpvak ten grondslag liggen?
Als ontwerper verdiep je je in allerlei achtergronden, de ene keer verdiep je je
in het bankwezen, terwijl je je de andere week in een wereld van fiets koeriers
begeeft. Je verdiept je meer in andere werelden, in andere denk wijzes en ik vind het daarbij een uitdaging om vanuit deze andere wereld te gaan ontwerpen. Ontwerpen met mijn hart en mijn hoofd, en daarin een evenwicht vinden.
2) Wie of wat is voor jou gedurende de laatste 4/5 jaar het meest belangrijk/inspirerend geweest?
Het propedeusejaar is voor mij erg belangrijk geweest voor mijn vorming. In dit jaar zag ik veel dingen die wel eerder gezien had, maar nog niet beleefd had. Ik verbaasde me over concepten van mede studenten, kon het ook zo simpel en slim? Een kubus van een vierkante meter kon ook onzichtbaar zijn.
In Vancouver volgde ik een interactieve les waarbij ik erg veel vrijheid kreeg,
daarbij heb ik een website gemaakt voor een kerk. Het was een moeilijke opdracht
omdat er zowel met de brede doelgroep van de gemeente rekening gehouden
moest worden. Ook moesten wij de kennis van het webiste systeem aan de dominee overbrengen zodat hij het kon toepassen.
3) Welke activiteiten zijn jou gedurende de laatste 4/5 jaar het meest belangrijk geweest?
Tijdens mijn uitwisseling in Vancouver heb ik meer over Nederlands en Europees
ontwerpen geleerd dan ooit. Het eerste boek wat ik daar las was een boek van Fred Smeijers, iedereen begon over Underware, Akiem Helming, mensen waren jaloers dat ik bij Dumbar stage kon lopen en ik wist voor mijn uitwisseling niet waarom mijn workshop van Just van Rossum zo bijzonder was. In de klas gaf ik als 'europees ontwerper' de meeste kritiek, iets waar ik veel van geleerd heb. Ook stelde ik mijzelf opdrachten dingen te doen die ik moeilijk vond of waar ik bang voor was. Voor een grote groep presenteren in het Engels, een project in de openbare ruimte, veel reis bureaus bellen uit de golden pages en daardoor informatie verzamelen voor een project.
Bij Studio Dumbar leerde veel van de schetsfases, de besprekingen en van de zoektocht naar ruimte binnen de beperkingen. Ook heb ik veel geleerd van de vragen die in mijn stages zijn gesteld en die mij aan het denken zette over mijn
positie in het grafisch ontwerpen.
4) Wat zijn voor jouw artistieke en inhoudelijke uitgangspunten en op welke wijze komen deze tot uitdrukking in je werk?
Na een goed onderzoek naar het onderwerp kun je een uitgangspunt kiezen voor het ontwerp. Het is soms verrassend
welke ontdekkingen je kunt doen uit een onderzoek. Details die door de jaren heen vergeten zijn, een opvatting of
een ontdekking van een nieuwe invalshoek. De uitwerking van een ontwerp is erg belangrijk. Ik ben overtuigd van de kracht van beeld; als een concept heel goed is,
maar het ontwerp niemand aanspreekt ontstaat er geen interactie tussen ontwerper en opdrachtgever/ aanschouwer. Vorm en content kun je niet los van elkaar zien.
5) Hoe ver reikt het vak volgens jou?
Dagelijkse bezigheden zouden veel moeilijker zijn zonder grafisch ontwerpers;
's ochtends een krant lezen, de weg bewijzering in een gebouw, de website die je bezoekt en een poster die je onderweg tegenkomt. De brief die je in je brievenbus vind. Grafisch ontwerpen ligt op straat, binnenshuis; overal en iedereen heeft
er bewust of onbewust mee te maken.
6) Wat is je grootste bron van inspiratie?
De wereld om mij heen is een grote bron van inspiratie. Een blad van een boom waar mooie structuren in te zien zijn, een magazine bij de kapper, een vervallen gebouw aan de kant van de weg. De meeste vragen die ik mijzelf stel is ook een grote inspiratiebron.
Vragen die je je zelf stelt naar aanleiding van een programma op televisie, over mijn positie in deze samenleving,in een andere leefomgeving. En natuurlijk zijn de vragen die mij gesteld worden ook erg belangrijk.
7) Welke opdrachten zou je in de toekomst het liefst doen?
Het creeeren van een nieuwe identiteit vind ik een grote uitdaging. Je kunt vanuit een beeldmerk beginnen om een patroon op te bouwen, maar je kunt ook vanuit een patroon beginnen. De samenwerking met een klant maakt dit proces vaak interessanter,
moeilijker en uitdagender.
8) Ontwerpen op de computer of met de hand?
Ik vind het heerlijk om te beginnen met stukken papier, pen, tape en andere materialen. Hierbij doe ik veel op mijn gevoel. Vaak gebruik ik de scanner om deze ontwerpen en schetsen in de computer te importeren. Daarna ga ik aan de slag met het ontwerpen in de computer.
9) Wat is de rol van de grafisch ontwerper in de toekomst?
De rol van de grafisch ontwerper zal niet niet veel veranderen;
concepten zullen net zo belangrijk blijven. De consument kan tegenwoordig wel
makkelijker ontwerpen maken. Denk aan het bloggen en aan het ontwerpen van
een hyves-pagina. Het gebruikersgemak neemt een steeds grotere rol in en daar
spelen ontwerpers een grote rol in.
10)
Labels: opdracht 3: ben ik in beeld?
STARTED
I hope this was a good sign....